Voorkomen is beter dan verzuimen

Auteur: Susan de Boer

Op de basisscholen van de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs verzuimen leerkrachten veel minder vaak en minder lang wegens ziekte dan landelijk het geval is. Tijdige signalering door de schoolleider en adequate ondersteuning helpen leerkrachten en ondersteunend personeel om aan het werk te blijven of snel weer te beginnen. Een betrokken staffunctionaris, bedrijfsarts, bovenschools manager en schoolleider vertellen over de aanpak.

“Als er een griepepidemie heerst kun je voorspellen welke collega’s thuis zullen blijven”, zegt Ria Post, directeur van basisschool Christophoor in Rotterdam. “Ik ga dus tijdig in gesprek met deze mensen. Dan heb ik het niet over hoe ze zich voelen, maar over hoe we kunnen helpen. Bijvoorbeeld door de gymles een dag aan een collega over te laten. Zo neem je als leidinggevende iemand serieus in zijn of haar behoefte om even ontzien te worden en voorkom je dat een medewerker thuis blijft.”

De Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO), waaronder de Christophoor valt, hanteert geen verzuim- maar een vitaliteitsbeleid. “De eerste stap zetten we zo’n tien jaar geleden, in de tijd dat de Wet Poortwachter van kracht werd”, vertelt Martine Zannis, beleidsondersteuner personele zorg. “We legden de regie op het ziekteverzuim bij de direct-leidinggevende, vanuit de gedachte dat degene die het dichtst bij de medewerker staat ook het best ziet wat nodig is. Destijds zagen we ziekte als iets waardoor een medewerker is uitgeschakeld. Je gaat ervoor naar de bedrijfsarts en als je genezen bent, ga je weer aan het werk. Dat ‘medische model’ hebben we in 2014 ingeruild voor het ‘gedragsmodel’. Uitgangspunt hierbij is dat ziekte je overkomt, maar dat je verzuim een keuze is.” De afgelopen drie jaar heeft dit beleid in de scholen gestalte gekregen. “Dat hebben we niet heel strak in een tijdplan gezet, maar we hadden wel een visie en einddoel”, vertelt bovenschools manager Eveline Miltenburg. “We hebben de uitgangspunten gedeeld met onze schoolleiders, hebben het gesprek op gang gebracht over de betekenis ervan in de praktijk en hebben trainingen op maat aangeboden voor de schoolleiders. Vervolgens hebben we de medewerkers op de hoogte gebracht. Zo zetten we steeds een nieuwe stap, waarbij we telkens eerst kijken naar het effect van de vorige.”

Eigenrisicodrager
Het ‘gedragsmodel’ kan alleen werken, als er voldoende ondersteuning is. RVKO schakelt professionals in om medewerkers bij medische, psychische en maatschappelijke vraagstukken te helpen. “We hebben als bestuur altijd oog gehad voor de zorgen van mensen en daarvoor ook de nodige budgetten beschikbaar gesteld voor begeleiding of ondersteuning op maat. Dat komt mede voort uit onze katholieke identiteit”, zegt Zannis. Daarnaast is er budget vrijgemaakt doordat RVKO gestopt is met de aansluiting bij het Vervangingsfonds. Sinds augustus 2014 is het schoolbestuur eigenrisicodrager voor vervanging bij ziekte. Volgens bedrijfsarts Kees de Boer is dat een essentieel onderdeel van het vitaliteitsbeleid. “Een verzekering voor vervanging geeft de werkgever onvoldoende prikkels om verzuimende medewerkers zo spoedig mogelijk weer aan het werk te helpen. Het is immers makkelijker om een medewerker te vervangen dan om preventief mensen te ondersteunen en intensief te begeleiden bij re-integratie. Maar het premiegeld dat je uitspaart door het eigenrisicodragerschap kun je investeren in vitaliteit en professionele ontwikkeling van personeel, en indirect dus in de leerlingen.” Miltenburg bevestigt dat het gaat om een groter plaatje dan ziekteverzuim alleen. “We leggen de focus op ontwikkeling. Alle leerkrachten volgen scholing. Ziek melden en kwaliteitsbeleid hangen samen. Dat geldt ook voor functioneringsproblematiek of een conflict, dat uit zich vaak in verzuim. Het is daarom belangrijk dat in het contact tussen leidinggevende en bedrijfsarts de adviesvraag helder is.”

Ziekte en gedrag scheiden
De bovenschools ­manager vervolgt: “De direct-leidinggevende vraagt feedback op zijn of haar aanpak aan de bedrijfsarts.” Bedrijfsarts De Boer: “Schoolleiders bellen niet met de vraag hoe ziek iemand is, maar wat zij kunnen vragen van een medewerker.” Er is veel contact met verzuimende werknemers; RVKO gaat meteen bij de eerste ziekmelding al na of het te maken heeft met functioneringsproblematiek. Miltenburg: “We gaan het niet drie weken aankijken.”

De Boer, die steeds minder mensen op zijn spreekuur ziet, legt uit dat ze van ‘klachtcontingent’ naar ‘tijdcontingent’ zijn gegaan: je gaat er vanuit dat de klachten zullen verdwijnen en zet een stappenplan in voor re-integratie. “Dat schema is minder afhankelijk van de klacht of oorzaak dan van de persoon.” Miltenburg: “Wat helpt is dat we ziekte en gedrag scheiden. Bij dezelfde klacht neemt de één een paracetamol en komt toch naar het werk, terwijl de ander zich ziek meldt.”

Schoolleider Post: “Werken in het onderwijs is zwaar. Als een leerkracht voor maar 80 procent functioneert, hoeft deze bijvoorbeeld even geen rapporten te schrijven. Dat doet een collega dan. Zo hoeft niemand uit te vallen. Degene die een stapje extra heeft gezet, krijgt een bloemetje en bedankje. Het is belangrijk dat je laat zien dat je die inzet waardeert.” Miltenburg coacht schoolleiders daarbij. “Daarnaast ben ik zelf ook leidinggevende van schoolleiders en krijg ik te maken met directeuren die ziek of overspannen worden. Dan ga ik na hoe ik iemand kan ontlasten. Soms is verzuim onvermijdelijk, maar dan wil ik wel herstelgedrag zien, zoals bijvoorbeeld het bezoeken van een psycholoog. Daarbij gaan we uit van een helder tijdschema. Misschien moeten we gaandeweg afwijken van het afgesproken plan, maar dat is beter dan geen plan.” Beleidsondersteuner Zannis: “Omdat we een psycholoog in company hebben, kunnen mensen met licht psychische klachten direct en liefst preventief geholpen worden. Want leerkrachten zijn perfectionisten. Geen slechte eigenschap, maar wel risicogedrag voor uitval.” Post: “Als ik vaak ’s avonds nog mailtjes krijg van een teamlid zeg ik wel: ‘Nu wil ik dat je naar de film gaat, in bad gaat liggen of wat dan ook, als je maar even rust neemt.’” Verder biedt en maatschappelijk werker begeleiding bij financiële zorgen, want ook die zijn vaak van invloed op de vitaliteit van medewerkers. De Boer: “Investeren aan de voorkant betaalt zich altijd uit. Arbeidsongeschiktheid is veel duurder dan een psycholoog en bovendien een stuk vervelender voor de medewerker.”

Veertig graden koorts
In het begin was er weerstand tegen het vitaliteitsbeleid van RVKO. Miltenburg: “Mensen vroegen zich af of je dan met veertig graden koorts voor de klas moest staan. Natuurlijk is verzuimen dan logisch. Maar het is ook zo dat de een meer aankan dan de ander, en dat je van de een meer kunt hebben dan van de ander. Via casussen en voorbeelden gaan we met elkaar na of we bij iemand meer in het voortraject hadden kunnen doen.” Schoolleider Post: “Regelmatig verzuim irriteert, dat bespreek ik ook.” Zannis: “Is iemand zich bewust van wat ie doet en wat het effect is van dat gedrag? Dat zijn belangrijke vragen.” Miltenburg: “Die cultuur van begaan zijn met elkaar is ook een puntje. Dat zie je bijvoorbeeld bij zwangerschap, dat is echt een heilig huisje. Maar we moeten niet met elkaar mee gaan zuchten, maar praktisch zijn: heeft een medewerker bijvoorbeeld extra pauzemomenten nodig? Daardoor voelen mensen zich gesteund.”

Lerarentekort
Vitaliteitsbeleid alleen vinden de RVKO’ers niet hét antwoord op de toegenomen structurele werkdruk in het onderwijs. De onderwijsorganisatie onderschrijft daarom ook het streven van actiegroep ‘PO in Actie’ om de werkdruk te verminderen. Schoolleider Post: “Wij kennen dezelfde werkdruk als iedereen in het onderwijs.” Zannis: “Leraren hebben weinig regelmogelijkheden. Ze kunnen niet zomaar een dagje overslaan, dat heeft direct consequenties voor een hele groep kinderen en de collega’s.” Miltenburg voegt toe: “Het is een beroep dat veel van je vraagt en het is belangrijk dat dat wordt erkend.”

Een goed vitaliteitsbeleid is, naast het evidente belang voor medewerker en organisatie, wél een heel belangrijk antwoord op het groeiende lerarentekort en de kwaliteit van het onderwijs, vinden ze bij RVKO. “Het aantal inzetbare leraren stijgt, minder uitval van collega’s geeft stabiliteit binnen een team en minder wisselingen voor de groep heeft een positief effect op de relatie tussen leraar en leerling. Dit effect wordt nog fors onderschat binnen een sector die het hoogst scoort op ziekteverzuim.”

Gepubliceerd in Kader Primair, 16 juni 2017