Buitenschools leren helpt kinderen vooruit.

‘Investeren in het normale leven

Een zinvolle besteding van de vrije tijd en het ontwikkelen van niet-schoolse competenties is goed voor kinderen en voor de maatschappij, betogen onderwijs- en ontwikkelingsprofessionals. Kinderen maken kennis met verschillende facetten van het leven, doen diverse vaardigheden op en zijn bovendien van de straat. Ook kunnen professionals mogelijke problemen vroegtijdig signaleren en verhelpen. Maar tussen onderwijs, welzijn en zorg zitten nog genoeg schotten en er is meer onderzoek nodig naar de werkelijke effecten van niet-formeel leren.

“In Nederland is jeugdbeleid ongeveer synoniem met jeugdzorg”, zegt René Clarijs, hoofdredacteur van het tijdschrift Jeugdbeleid, zelfstandig onderzoeker en hoogleraar Jeugdbeleid en Jeugdzorg. “Het is een merkwaardig stelstel. Jeugdzorg groeit al zeventig jaar. Vorig jaar was er een tekort van 605 miljoen euro. In veel Europese landen is jeugdzorg onderdeel van de gezondheidszorg. Jeugdbeleid betekent daar: investeren in de vrijetijdsbesteding van kinderen.”

Stuiterende jochies

In de uitgave Op naar een integrale aanpak, dat de AVS voorjaar 2018 gepubliceerde, houdt Clarijs een pleidooi voor een bestuurlijke transformatie waarbij de focus van het jeugdbeleid komt te liggen op de ontwikkeling van competenties en talenten van kinderen. “In Nederland investeert men niet in de ‘voorkant’ van het jeugdstelsel. Het gevolg is dat problemen pas laat aan het licht komen. Denk bijvoorbeeld aan kinderen die niet alleen lastig zijn op school, maar ook bij de voetbalclub worden weggestuurd. De trainers bij sportclubs zijn meestal vrijwilligers, die weten niet hoe ze moeten omgaan met stuiterende jochies. Dat betekent dat deze kinderen op straat gaan hangen en mogelijk in de Jeugdzorg terechtkomen.” Een oplossing zou zijn om jeugdprofessionals regelmatig langs de sportclubs te laten gaan om tips te geven aan trainers en om kinderen die in het nauw zitten te helpen. “Een kind uit een kwetsbaar gezin, dat zich zorgen maakt of zijn moeder thuis is als hij van voetballen komt, kan echt niet bij het bestuur van de club terecht. Die jeugdprofessional kan dan helpen, die kent de weg. Dat dit niet gebeurt, komt omdat de politiek geen publiek geld wil uittrekken voor kinderen met wie nog niks aan de hand is. Het gezin is heilig. En dat is prima zolang het goed gaat, maar een alleenstaande moeder met zeven kinderen op twaalf hoog krijgt het niet altijd voor elkaar.” Ook voor de ontwikkeling van niet-schoolse competenties, zoals leren samenwerken, initiatief en empathie tonen, is investeren in de vrije tijd van kinderen nuttig. “Kinderen hebben vijfduizend uur per jaar vrije tijd en dat laten we nu zomaar liggen als ontwikkeltijd. Die tijd kunnen ze op allerlei manieren invullen. Met sport en muziekles en dergelijke, maar ook, bijvoorbeeld, door mee te doen aan een buurtproject tegen zwerfafval. Daar zou best een maatschappelijke waardering tegenover mogen staan. Zeker voor kinderen die minder goed presteren in cognitieve vakken schept dit kansen. Een scholier zonder glanzende schoolloopbaan kan dan aan een potentiële werkgever laten zien wat hij of zij in zijn of haar mars heeft.”

verschenen in Kader Primair, december 2018

Lees het hele artikel