Gepersonaliseerd leren in combinatieklas stimuleert 21e eeuwse vaardigheden

Scholen voor funderend onderwijs lopen vaak tegen dezelfde uitdaging aan. De aanpak kan bijzonder zijn en voor meerdere scholen nuttig. Deze maand in Zo kan het ook!: Kindcentrum Puur Sang in Mierlo kiest bewust voor combinatie- in plaats van parallelklassen en zet in op gepersonaliseerd leren om 21e eeuwse vaardigheden een impuls te geven. Een softwarepakket ondersteunt de aanpak.

“Gepersonaliseerd leren is een manier om aan te sluiten bij de ontwikkeling van het kind”, vertelt Jos van de Voort, directeur van Kindcentrum Puur Sang. “Maar het is enorm tijdrovend om per kind bij te houden waar het zich bevindt op de leerlijn. Met speciale software kunnen we de ontwikkeling van kinderen volgen en het onderwijs op basis van daarvan verder organiseren. Sinds september werken we in de kleutergroepen met Gynzy iPads, vanaf februari ook in de andere groepen.” Puur Sang is een van de twintig pilotscholen die dit schooljaar meedoen met de ontwikkeling van het systeem (Gynzy werkt samen met ParnasSys). Een belangrijke aanleiding om gepersonaliseerd leren in te voeren, is dat het bestuur van Puur Sang het lesgeven in 21e eeuwse vaardigheden een impuls wil geven. Een manier om dat te doen is om alle kinderen in een combinatieklas te plaatsen. “Het beeld van combinatieklassen is negatief”, zegt Van de Voort. “Maar in een klas met verschillende niveaus kun je 21e eeuwse vaardigheden zoals creativiteit, oplossingsgerichtheid en samenwerken juist goed aanleren. Het aanbod is breder en je kunt kinderen aan elkaar koppelen. Daarom hebben we van alle groepen combinatieklassen gemaakt, terwijl dat getalsmatig niet nodig is en we ook parallelklassen hadden kunnen maken. We leren kinderen manieren om zelf antwoorden te zoeken op vragen als de leerkracht niet beschikbaar is. Het team heeft zich verder geprofessionaliseerd in lesgeven in combinatieklassen en het houden van overzicht wanneer verschillende individuele leerlijnen worden gevolgd.” Gynzy iPads wordt ingezet bij rekenen en spelling. De leerlingen krijgen net als voorheen instructie van de leerkracht op basis van de methode. “Daarna verwerken ze de lesstof op de iPad”, vertelt Lynette Dijkman, leerkracht van groep 3/4 en innovatiecoördinator. “Na het maken van elke opgave krijgen ze meteen feedback. De leerkrachten zien direct de resultaten op hun eigen iPad, dus weten in hoeverre de instructie is geland en welke kinderen extra hulp nodig hebben.” Vervolgens gaan de leerlingen aan het werk met zogenoemde ‘werelden’, waarbij ze steeds een hoger niveau bereiken. Dijkman: “Omdat de leerkracht de prestaties op de eigen iPad volgt, kun je de instructie afstemmen op het gemiddelde niveau van de klas en op voorhand per les bepalen welke kinderen verlengde instructie krijgen. De lesstof wordt automatisch aangepast aan het niveau van het kind.We hoeven niet zelf op zoek naar opdrachten op maat, waardoor we meer tijd overhouden voor goede lesvoorbereidingen en begeleiding.” De software is in ontwikkeling, dus er loopt wel eens iets vast of een opdracht sluit niet goed aan bij de methode. Dijkman: “Maar we kunnen altijd ondersteuning krijgen van de leverancier.” Zowel leerkrachten als leerlingen zijn enthousiast over het systeem. Doordat leerlingen zelfstandig aan het werk kunnen op de iPads met rekenen en spellen, is er meer ruimte voor extra instructie en andere werkvormen bij andere vakken. En kunnen leerlingen onafhankelijk van de leerkracht zijn, handig in combinatieklassen. Dijkman: “Het neemt de leerkrachten ook administratief werk uit handen en veel kinderen spreekt het werken op een iPad meer aan dan een werkboek. Ook krijgen ze zicht op de leerlijn en worden ze meer eigenaar van hun eigen leerproces. Het is wel belangrijk dat je als school eerst een visie op onderwijs hebt die los staat van ict-oplossingen. De discussie moet gaan over het waarom van het onderwijs, niet over het hoe.”

Gepubliceerd in Kader Primair 6; 10 februari 2017