Krachtig bestuur als antwoord op krimp

Besturen kunnen voor flinke uitdagingen komen te  staan. Als de organisatie onder druk staat en dekwaliteit van onderwijs wordt bedreigd, komt het erop aan. Een krachtig bestuur maakt dan duidelijke keuzes en bepaalt hoe de organisatie daar het beste op af kan koersen. podium januari 2013. De grootste uitdaging voor de Stichting jong Leren in Maastricht is krimp. Daar heeft het  choolbestuur inmiddels een antwoord op geformuleerd. ‘Het voortbestaan van de organisatie is voor een bestuur natuurlijk belangrijk. Maar kwalitatief goed onderwijs is belangrijker,’ zegt bovenschools manager Rob Beaumont. ‘Bij krimp is het belangrijkste dat je op de lange termijn scholen hebt die kwalitatief goed onderwijs bieden en die voldoende omvang hebben om dat de komende tien, vijftien jaar te blijven doen.’ Door vooruit te kijken, een oplossing te bedenken en open te staan voor partnerschap hebben de Maastrichtse onderwijsbestuurders een nieuw perspectief gecreëerd. De gezamenlijke schoolbesturen willen met de gemeente alle scholen omvormen tot integrale kindcentra, waarin ook de peuterspeelzaal en de kinderopvang zijn geïntegreerd. Beaumont: ‘Ook los van krimp is een Integraal Kindcentrum een goed idee. Het is al verplicht voor het bestuur om tussentijdse en buitenschoolse opvang te organiseren.’

Veel speelruimte Een van de scholen van jong Leren is Het Palet, een school in een Maastrichtse wijk met veel achterstandsgezinnen. Het leerlingenaantal van Het Palet is al twee jaar minder dan de opheffingsnorm, in Maastricht 163 leerlingen. De school deelt een gebouw met een peuterspeelzaal en met de katholieke Markus Basisschool, die ook minder dan 163 leerlingen telt. Om een gezonde schoolomvang te creëren, overweegt Stichting jong Leren een samenwerkingsschool op te richten. Beaumont: ‘Beide scholen stappen daarbij uit hun bestuur en komen onder een nieuw op te richten stichting. Wij raken dan een school kwijt, maar dat zou anders ook gebeuren.’  Het dalende leerlingenaantal van Het Palet heeft volgens schoolleider Joop Vinck verschillende oorzaken. ‘Ouders sturen hun kinderen  liever naar een school in een wijk met hoger opgeleide ouders, of naar een school in België. We zitten dicht bij de grens.’ Met de Markus Basisschool woedde in het verleden een concurrentiestrijd, hoewel de oorspronkelijke bedoeling was samen een Brede School te vormen. Nu op beide scholen een nieuwe schoolleider aan de slag is, ligt de focus weer op de toekomst. Vinck: ‘Van het bestuur krijg ik veel ruimte. Ik heb zes modellen voor de toekomst van Het Palet ontwikkeld. Het plan om samen met de Markus Basisschool een samenwerkingsschool op te richten is daar een van.’ Dit plan is kort geleden voorgelegd aan het team van Het Palet. ‘Er kwamen heel verschillende reacties’, vertelt Yvonne Stegen, adjunct-directeur van Het Palet. ‘Veel collega’s hadden de situatie toch niet echt op hun netvlies. Er zijn zoveel verschillen in wat je precies raakt in de boodschap. Sommige mensen denken aan de school, anderen aan de plek die ze hebben op de afvloeiingslijst, anderen gaan constructief meedenken.’ Het team is teleurgesteld dat Het Palet niet zelfstandig blijft. Stegen begrijpt dat wel: ‘Met Joop als nieuwe directeur hebben we een paar jaar geleden een andere weg ingeslagen. We zijn meer  opbrengstgericht gaan werken en we halen nu mooie scores. Dan is het een beetje zuur als de school toch blijft krimpen.’

Sluiting Ouders hebben een ander belang bij sluiten of openhouden van een school dan leerkrachten. ‘Het gaat ouders om de onderwijskwaliteit’, zegt GMR-lid Ariane Schut. ‘Toen de Boschpoortse dependance van basisschool Elckerlijc heel klein werd en sluiting dichtbij kwam, heb ik mijn kinderen al een jaar daarvoor van de school afgehaald. Er zaten nog maar vijf of zes leerlingen in de gecombineerde groepen 3 / 4 en 5 / 6. Dan heeft een kind te weinig speelkameraadjes en moet het te veel zelfstandig werken. Voor de wijk Boschpoort is het een klap, de wijk is nu minder levendig. Maar op onderwijsinhoudelijke gronden ben ik vóór de sluiting.’ Hoewel de informatie wat traag op gang kwam, vindt Schut dat de sluiting zelf wel zorgvuldig plaatsvond. Ook vindt zij dat ze als GMR-lid over het algemeen goed wordt geïnformeerd over sluitings- of fusievoornemens. ‘In elke GMR-vergadering worden we op de hoogte gehouden, we krijgen alle rapporten. Er is ieder jaar een informatieavond waar alle MR- en GMR-leden worden bijgepraat over de daling van de leerlingenaantallen en over hoe scholen ervoor staan.’

Integrale Kindcentra De gemeente Maastricht is de initiator van de Integrale Kindcentra. Onderwijswethouder Mieke Damsma : ‘Maastricht heeft te maken met ontgroening. In 2020 zullen er 2000 kinderen minder zijn dan nu. Daarnaast komt de decentralisatie van de jeugdzorg en passend onderwijs op ons af.’ Om de ontwikkelingen in goede banen te leiden, wil Damsma de 26 huidige basisschoollocaties concentreren in Integrale Kindcentra. ‘We hebben met alle schoolbesturen, kinderopvanginstellingen en peuterspeelzalen gepraat. Ze waren het eens met onze analyse, maar vroegen zich wel af hoe de gemeente dat ging doen. Maar de gemeente gaat dat niet bedenken, wij willen dat de partners zelf met voorstellen komen. We gaan het wel faciliteren.’ Vorig jaar juni werd er een ‘Magnifiek Akkoord’ gesloten. Inmiddels zijn er stappen gezet: het begrip ‘Integraal Kindcentrum’ is gedefinieerd en de contouren van een spreidingsplan zijn vastgelegd. Ook wordt onderzocht hoe voor alle locaties één beheersorganisatie kan worden ingericht. Damsma: ‘Ik stuur niet aan op fusie, maar ik zoek wel een manier om over alle organisaties heen op één manier zaken als financiën en personeel te kunnen beheren.’

Collectief verantwoordelijk ‘Schoolbesturen moeten collectief verantwoordelijkheid nemen voor de sector. Besturen zijn vaak  bezig zichzelf te versterken in plaats van te kijken naar wat goed is voor de regio’, zegt professor Rienk Goodijk, als adviseur verbonden aan HRD-adviesbureau GITP. Goodijk constateert een toenemende professionalisering van besturen en raden van toezicht in het primair en voortgezet onderwijs. ‘In het primair en voortgezet onderwijs is veel enthousiasme en wil om te leren. Wel moet er meer contact komen tussen het bestuur en de toezichthouders enerzijds en de schoolleider en de leerkrachten anderzijds, om meer zicht te krijgen op de onderwijskwaliteit en het onderwijsleerproces. Naast een managementinformatiesysteem zou er ook een toezichtinformatiesysteem moeten komen.’ Volgens Goodijk is de autonomie van scholen en schoolbesturen eigenlijk nooit goed doordacht, met als gevolg dat de overheid telkens weer ingrijpt. ‘Daarom is mijn oproep aan besturen en raden van toezicht: laat het niet afweten! Zorg dat je je manifesteert, laat zien dat je je verantwoordelijk voelt voor de kwaliteit van het onderwijs.’