Leren functioneren in een democratische rechtsstaat

Na de zomer stuurt minister Arie Slob het wetsvoorstel ‘Verduidelijking burgerschapsopdracht in het funderend onderwijs’ naar de Tweede Kamer. Doel hiervan is meer duidelijkheid scheppen over de opdracht van scholen om leerlingen burgerschapsonderwijs te bieden. Want ‘burgerschap’ is nogal een containerbegrip en raakt ook aan persoonlijke vorming en identiteit. 

Het wetsontwerp bepaalt dat scholen hun leerlingen kennis over en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bijbrengen. Ook wordt de school gezien als plek waar leerlingen actief kunnen oefenen met de vaardigheden die ze nodig hebben om deel te nemen aan de samenleving. Tenslotte horen leerlingen op school het goede voorbeeld te krijgen. Burgerschapsonderwijs is sinds 2006 verplicht, maar, zegt minister Slob: “De huidige opdracht in de wet is te vaag en vrijblijvend. Voor burgerschap is nu nog niet veel vastgelegd in de onderwijsdoelen, terwijl we het wel een erg belangrijk onderwerp vinden. Aan die onduidelijkheid komt met dit wetsvoorstel een eind.” De minister ziet het wetsvoorstel vooral als kompas. “Dat actief burgerschap bevordert en verbinding tussen mensen veroorzaakt. Bij burgerschap gaat het om leren functioneren in de democratische rechtsstaat. Dat is niet iets wat je bij je geboorte meekrijgt, en lang niet alle kinderen leren dat thuis. Juist daarom ligt er een belangrijke opdracht bij scholen. Die kunnen dit naar eigen overtuiging inkleuren, waarbij ze moeten voldoen aan de minimale eisen die in de nieuwe wet staan. Ik schrijf alleen voor dát scholen burgerschap moeten bevorderen, niet hóe ze dit moeten doen. Scholen hebben alle ruimte om passend bij de eigen schoolcontext en levensbeschouwelijke of pedagogische visie aan de slag te gaan met burgerschap.” De wetswijziging maakt het ook mogelijk dat de onderwijsinspectie scholen er op aan kan spreken als ze scholen onvoldoende burgerschapsonderwijs geven. Nu kan dat alleen als een school er helemaal niets aan doet. Het plan van aanpak voor burgerschap moet ook in de schoolgids komen te staan.
Overigens vormen het wetsvoorstel en de voorstellen vanuit Curriculum.nu op het gebied van burgerschapsonderwijs twee aparte trajecten. Curriculum.nu gaat veel gedetailleerder in op het wat, terwijl het wetsvoorstel alleen kaders biedt. Slob: “Het is goed dat het ontwikkelteam Burgerschap voorstellen heeft gedaan voor de kennis en vaardigheden die leerlingen nodig hebben. Leraren en schoolleiders hebben hard gewerkt om de bouwstenen voor een nieuw curriculum vorm te geven.”
Slob was in een vorig leven zelf docent maatschappijleer. “Meedenken over de invulling van burgerschapsonderwijs zou ik als leraar enorm leuk hebben gevonden. Stond ik nu nog voor de klas, dan zou ik een pleidooi hebben gehouden om leerlingen veel te laten oefenen.”

Meer kennis
“Je bent deel van de samenleving. Daar moet je iets van weten en daar mag je iets van vinden. Daar gaat het over”, zegt Hans Teunissen, bestuurder en plaatsvervangend rector van scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo De Nassau in Breda en voormalig voorzitter van de landelijke vereniging van docenten maatschappijleer. “Democratisch burgerschap wordt in de nieuwe wet zowel inhoudelijk als qua doelmatigheid en samenhang aangescherpt. Curriculum.nu biedt handen en voeten om het concreet te maken.”

Onderzoek heeft uitgewezen dat Nederlandse leerlingen minder dan hun leeftijdgenoten in Europa en de rest van de wereld kennis hebben van democratie en rechtsstaat. Dat verbaast Teunissen niet. “De ondervraagde leerlingen waren 14 jaar en in Nederland komen die onderwerpen vooral aan de orde in maatschappijleer in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Maar scholen maken zelf keuzes, je kunt het er ook over hebben bij geschiedenis of andere vakken. Veel scholen geven gelukkig ook nu al vorm aan burgerschapsonderwijs.”
De twee lesuren per week voor maatschappijleer zijn niet voldoende om een goed begrip te kweken van de democratische samenleving. Op De Nassau nemen leerlingen dan ook naast maatschappijleer deel aan veel activiteiten waarin democratie en persoonlijke vorming een rol spelen. Zo is er de Nassau Academie, waar aan de hand van interdisciplinaire onderwerpen aspecten van de rechtsstaat voorbijkomen. Deze zogenoemde ‘minoren’ zijn voor alle leerlingen structureel ingeroosterd. Op de school discussiëren leerlingen in teams over maatschappelijke onderwerpen. Er worden politieke avonden georganiseerd, waar ook wijkbewoners en jongerenorganisaties van de politieke partijen aanwezig zijn. Iedere ochtend worden er ‘goedemorgenfilmpjes’ vertoond, bij wijze van dagopening, waardoor iedere dag start met een gemeenschappelijk en vaak maatschappelijk element.
“Uit Brits onderzoek weten we dat er drie aspecten belangrijk zijn bij burgerschapsonderwijs”, zegt Teunissen. “Het moet een structurele plek hebben in het curriculum, er moeten formele eisen zijn – bijvoorbeeld met een toets – en het vak ‘burgerschap’ moet worden gegeven door bevoegde leraren. Democratisch burgerschap, ook als je het interdisciplinair aanbiedt, is echt een vak, een professie. We geven leerlingen handvatten om zich te bewegen in de wereld van morgen.”

Diverse samenleving
Deelnemen aan de samenleving veronderstelt ook dat mensen met verschillende achtergronden met elkaar moeten kunnen omgaan. “Scholen staan voor de uitdaging om leerlingen onze diverse samenleving te laten ervaren en dat is niet voor iedere school even gemakkelijk”, zegt minister Slob. “Een school met leraren en leerlingen die onderling allemaal veel op elkaar lijken, zal zich meer moeten inspannen voor het organiseren van ontmoetingen met andersdenkenden dan een school die van zichzelf al uitermate divers is. Maar het leren omgaan met verschillen tussen bijvoorbeeld mensen, culturen en denkbeelden is onmisbaar. Dat geldt ook voor het leren begrijpen dat mensen keuzes maken over hoe ze hun leven willen leven. Want dat is één van de kritieke kenmerken van een democratie. Goed burgerschapsonderwijs maakt het mogelijk om de vrije open samenleving te snappen en er met elkaar vreedzaam in te leven.”
Hoewel scholen op basis van de eigen identiteit keuzes kunnen maken, is Artikel 23 van de Grondwet – waarin de vrijheid van onderwijs is geregeld – geen onbeperkte vrijbrief om waarden en normen over te brengen die haaks staan op de democratische samenleving. Slob: “De democratische samenleving, de rechtsstaat en grondrechten zijn de fundamentele beginselen die er voor zorgen dat we vreedzaam met elkaar kunnen samenleven. Zijn er scholen die zich afkeren van de samenleving, dan kunnen we hen daarop aanspreken en indien nodig aanpakken via het wettelijk instrumentarium dat daarvoor bedoeld is.”

Niet waardevrij
Het begrip ‘burgerschap’ is niet waardevrij, vindt Dick Middelhoek, docent praktische filosofie bij onder meer het AVS Centrum Educatief Leiderschap en interim-schoolleider in het voortgezet onderwijs. “Het is de vraag wat we verstaan onder ‘een goede burger’. Is dat iemand die volgzaam is of iemand met een geel hesje aan?” Burgerschap is in ieder geval niet iets wat je in een lesje kunt gieten. “Een mooie zin uit het wetsvoorstel is dat school daartoe een oefenplaats is voor leerlingen. Want persoonlijke vorming is praktisch, je moet handelen en de ruimte krijgen om jezelf te vormen. Wat je wil is dat leerlingen zelf leren nadenken. Daar kun je ze bij helpen. Het gaat over het goede voorbeeld dat leraren geven in het respecteren van andere meningen, van onderzoeken en niet oordelen.” Middelhoek ziet die vanzelfsprekende aandacht voor de burgerschapsopdracht meer vorm krijgen in het basisonderwijs dan in het voortgezet onderwijs. “Op mijn school zie ik vooral conciërges invulling geven aan burgerschap. Zij spreken leerlingen aan op zaken als verantwoord omgaan met elkaar, met het gebouw en met de omgeving van de school.” Middelhoek, die ook hoofdbestuurslid van het Humanistisch Verbond is, vindt dat burgerschap raakt aan persoonlijke vorming en levensbeschouwing. “Een school die op grond van zijn identiteit normen en waarden overbrengt die recht tegenover ‘onze’ democratische waarden staan, hoef je als overheid niet te verbieden. Maar wel kun je nagaan of leerlingen goed worden toegerust op de toekomst in dit land. Dat kan best het geval zijn, mogelijk staan deze leerlingen stabiel en vol zelfvertrouwen in de wereld, en hebben ze alleen rare opvattingen over bijvoorbeeld man/vrouw-verhoudingen. Maar er zijn wel meer mensen met rare opvattingen die toch aardig functioneren in ons land. En trouwens: wie ben ik om te bepalen wat raar of niet raar is?”

Levensbeschouwelijke invalshoek
Martin van den Bor, schoolleider van cbs De Bron in Harderwijk, is het van harte eens met Middelhoek dat burgerschapsonderwijs en persoonlijke vorming geen losstaande onderdelen in het onderwijs kunnen zijn en bovendien met elkaar zijn verweven. “Het gaat erom dat leerlingen hun mening leren vormen en uitspreken, en daarbij respectvol zijn naar de ander. Daaraan geven wij al dagelijks aandacht. We gaan in op zaken als: wie ben je zelf, wat is je positie in de samenleving, wat kun je bijdragen aan de school, de wijk, de gemeente, het land en uiteindelijk aan de wereld.” De school gebruikt de methode Kwink om expliciet aandacht te besteden aan burgerschap en sociaal-emotioneel leren. “Vanuit onze denominatie is de levensbeschouwelijk invalshoek van belang. Wij hebben bijvoorbeeld aan de hand van het neerstorten van de MH 17 in de bovenbouw uitgebreid gesproken over wat er gebeurd is en over de grenzen van het luchtruim, maar ook over vijandschap, naastenliefde en omzien naar elkaar.”
Sommige onderwerpen zijn voor ouders of leerkrachten controversieel. Van den Bor: “Bij seksuele vorming gaan we in de bovenbouw in op transgenders en man-man en vrouw-vrouw-relaties. We laten de ouders van te voren weten welke onderwerpen er aan de orde zullen komen. Dan zijn ze voorbereid als er thuis over gepraat wordt. Als ouders bezwaar maken, leg ik uit dat het belangrijk is dat we kinderen voorbereiden op de wereld.” Met leerkrachten die principiële bezwaren hebben gaat hij in gesprek, maar drijft het niet op de spits. “Als het echt een moeilijke weg wordt, dan kan een collega die lessen overnemen. Ik wil ook zuinig zijn op de teamleden.”
Burgerschapsonderwijs en persoonlijke vorming zijn volgens Van den Bor kerntaken van het onderwijs. “Naast taal en rekenen zijn de vaardigheden omgaan met jezelf, de ander en de wereld cruciaal voor onze leerlingen in de toekomstige maatschappij.”

Gepubliceerd in Kader Primair, juni 2019