Regelmatig naar school gaan. Voor veel alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv-ers) is dat allesbehalve eenvoudig. Het lukt hen om uiteenlopende redenen niet elke dag op school te verschijnen en dus is het verzuim vaak problematisch. Dat tij moet gekeerd, want net als voor alle jongeren geldt ook voor hen dat hoe beter ze worden opgeleid, hoe beter hun positie vervolgens op de arbeidsmarkt. Goede – en tijdige – samenwerking tussen school, mentor, voogd, jeugdgezondheidszorg en leerplichtambtenaar  is een belangrijke voorwaarde voor een kansrijke aanpak.

‘Ze hebben een traumatische reis doorstaan. Eritrese vluchtelingen bijvoorbeeld zijn bang geweest om gearresteerd te worden door de militaire politie in eigen land bij hun poging Sudan te bereiken, in handen te vallen van mensenhandelaren terwijl ze proberen Libië te bereiken, en voor verdrinking. Als ze dan veilig in Nederland zijn, storten ze in. Ze worden depressief, onzeker, ze kampen met heimwee en verdriet’, vertelt Audrey Felter, leerplichtambtenaar in Amsterdam. Zij en haar collega Habtom Kidane zien dat minderjarige vluchtelingen zoveel problemen hebben dat de schoolgang erbij inschiet.

Contact

Naast een dramatische vluchtervaring speelt het grote verschil in cultuur tussen het herkomstland en Nederland een grote rol. Habtom Kidane, zelf van Eritrese afkomst, legt uit: ‘Eritrese jongeren zijn gewend om te werken en te zorgen voor hun broertjes en zusjes en soms ook hun ouders. Ze verwachten dat ze hier snel een baan krijgen en dan geld kunnen verdienen om naar huis te sturen. Maar eenmaal in Nederland blijkt dat ze hun ervaring als automonteur niet kunnen inzetten, dat ze Nederlands moeten leren en dat er nog veel meer hier totaal anders is dan in Eritrea.’ Voor de Syrische vluchtelingen geldt vaak dat zij een goede vooropleiding hebben gehad en verwachten in Nederland snel naar de universiteit te kunnen gaan. ‘Als dat niet lukt, dan zoeken ze soms hun heil buiten het onderwijssysteem’, zegt Felter. Kidane en Felter pleiten ervoor dat er meer maatwerk wordt ontwikkeld voor deze jongeren. Zo zouden ze na aankomst in Nederland een maand of twee de tijd moeten krijgen om stap voor stap de Nederlandse samenleving te leren kennen. ‘Wel de taal leren en burgerschapsvaardigheden bijbrengen, maar niet in een schoolse setting’, zegt Felter. ‘Daarnaast zou er meteen psychologische hulp moeten zijn.’ Kidane: ‘Eritrese jongeren zijn vaak praktisch ingesteld. Daar kun je gebruik van maken. Als ze bijvoorbeeld in een verzorgingshuis met maaltijdverzorging kunnen helpen, leren ze sneller Nederlands omdat daar ook Nederlanders zijn zonder migratie-achtergrond, ze leren koken, dat is handig als ze zelfstandig gaan wonen en ze doen sociale vaardigheden op. Dat zou de gemeente kunnen organiseren.’ Ook kan de communicatie tussen de verschillende betrokken instanties beter. Felter: ‘Het zou goed zijn als we in een eerder stadium al contact hebben met begeleiders, bijvoorbeeld op het moment dat een jongere bij Nidos is aangemeld. Nu komen de mentor van de wooneenheid en de voogd pas in beeld als een jongere al een tijdje verzuimt. Er is nu ook wel overleg met alle instanties, maar dat is naar mijn gevoel te weinig effectief.’

Maatwerk

Een van de voogden van Nidos, de jeugdbeschermingsinstelling voor vluchtelingen, is Desiree Smits. ‘Jongeren die aankomen in een asielzoekerscentrum worden, nadat zij de algemene asielprocedure hebben doorlopen, zo snel mogelijk geplaatst in een woongroep of kamertraining. Als voogd onderhoud ik het contact met de jongere, de mentor van de woongroep en de mentor van de school en sta ik de jongere bij in de procedures.’ Het is vaak een weloverwogen besluit geweest om de jongere op reis te laten gaan. Smits: ‘Ze hebben dan een opdracht, ze moeten zorgen dat ze een verblijfsvergunning krijgen en hun familie kunnen laten overkomen. Dat nemen ze zeer serieus, de druk van de familie is groot.’ Omdat de asielprocedure is aangescherpt wordt het voor jonge asielzoekers lastiger om een vergunning te krijgen, merkt Smits. ‘We zien nu bij Eritreëers dat ze vaker in de Verlengde Asielprocedure komen of worden afgewezen. Belangrijke oorzaken van schoolverzuim zijn dan ook stress en onzekerheid.’ Om het schoolgaan van de jongeren positief te beïnvloeden, is er meer differentiatie nodig, vindt Smits. ‘Onze jongeren komen uit verschillende landen met een verschillende onderwijsachtergrond en ze hebben verschillende verwachtingen. Syriërs willen meestal zo snel mogelijk naar de universiteit. Eritreeërs kennen het hele schoolsysteem niet en zijn vaak laaggeletterd of analfabeet. Maar ze komen in dezelfde ISK (Internationale Schakel Klas, red.) om Nederlands te leren. Syriërs vinden dat vaak frustrerend, die voelen zich niet op waarde geschat en als dan ook de gezinshereniging niet opschiet, kunnen ze hun motivatie verliezen. Voor Eritreeërs gaat de school te snel, ze snappen niet wat er van ze verwacht wordt, en vallen daarom uit. Wat we missen is maatwerk.’ Ook de rol van de ouders is belangrijk. ‘Onze jongeren verblijven weliswaar zonder ouders in Nederland, maar in hun dagelijks leven heeft het achtergebleven netwerk nog steeds een plaats. Vanuit Nidos proberen we ouders van jongeren actief te betrekken bij het  verblijf van hun kinderen hier. Zo kunnen ouders hen stimuleren naar school te gaan. Syrische kinderen hebben vaak zeer regelmatig contact met ouders, Eritreeërs meestal niet. We zien dat het helpt als wij contact hebben met de ouders.’ Een succesvolle vorm van differentiatie is een combinatie van leer-werkervaringen. Hiervoor zijn stageplaatsen nodig. ‘Hier in Tilburg is een Afghaans restaurant, dat wordt gerund door een familie die zelf is gevlucht. Zij verzorgen veel stageplekken voor ons. Ze fungeren als rolmodel en laten zien dat het belangrijk is om een diploma te hebben. En meer divers personeel op de scholen zou, denk ik, ook helpen.’

Netwerk verbreden

‘Sommige jongeren vertonen echt problematisch verzuim’, zegt Ad Raaijmakers, teamcoördinator bij Sterk Huis, de opvangorganisatie voor onder meer jonge vluchtelingen. Alleenstaande minderjarige vluchtelingen komen vaak terecht in een Kleinschalige Wooneenheid, een eengezinswoning waar plek is voor vier jongeren. Deze jongeren moeten behoorlijk zelfstandig zijn, want per dag is maar ongeveer drieënhalf uur een mentor aanwezig. ‘Vooral Eritrese vluchtelingen baren ons zorgen. De Syrische jongeren zijn schoolgang gewend en ze zijn gemotiveerd en ambitieus. Eritrese jongeren komen uit een heel andere cultuur. Het gaat om de gemeenschap en jezelf ontplooien is bijna iets negatiefs. De groepsdruk is groot.’ De mentor is ’s middags aanwezig en helpt de jongeren een netwerk opbouwen buiten de school en de KWE. ‘Ze worden lid van sportverenigingen en we schakelen organisaties in die samen met deze jongeren iets ondernemen. Ze moeten niet alleen maar lotgenoten kennen.’ Ook Raaijmakers pleit voor maatwerk, ook in het onderwijs. ‘Werken met vluchtelingen vraagt een flexibele instelling. Iedere groep vluchtelingen zit weer anders in elkaar, daar moet je op leren inspelen. Scholen zitten vast aan wet- en regelgeving, ze zijn niet zo wendbaar.’

Grenzen

Minderjarige asielzoekers zijn leerplichtig vanaf de eerste dag. De Internationale Schakel Klas (ISK) biedt onderwijs in Nederlandse taal, rekenen en burgerschapsvaardigheden. Leerlingen zitten op uitstroomprofiel bij elkaar. Analfabeten en andersalfabeten worden eerst gealfabetiseerd in het westers schrift, voordat ze in een leerlijn geplaatst worden. Afhankelijk van de situatie stromen de jongeren na een, twee of drie jaar door naar de entreeopleiding van het mbo, het Schakel-mbo (een combinatie van vmbo en mbo 2, 3 of 4), het Schakel –hbo (havo en hbo) of de universiteit. Ook de ISK worstelt met het problematisch verzuim van zelfstandig wonende jongeren. ‘Dat komt door onzekerheid over de herenigingsprocedure, maar ook als de familie eindelijk is overgekomen, blijft het verzuimprobleem bestaan’, zegt Manon Rijken, teamleider van de locatie Maetsuyker van de ISK Ithaka in Utrecht.  ‘De jongere is dan al twee jaar in Nederland en heeft een andere rol dan vroeger binnen het gezin.’ Het is daarom belangrijk dat alle betrokkenen dezelfde boodschap uitdragen, namelijk dat het ook in een moeilijke situatie belangrijk is iedere dag naar school te gaan. Rijken werkt nauw samen met de leerplichtambtenaar en dat leidt tot positieve resultaten. ‘Het heeft een tijdje geduurd voor we erachter waren dat het echt helpt als je grenzen stelt. Het zijn pubers, ze gaan ermee aan de haal als je te begripvol bent.’ Het blijkt daarbij belangrijk om de stappen kort na elkaar te zetten. ‘Bij verzuim heeft de mentor eerst een gesprek natuurlijk, maar vervolgens gaan we snel melden en komt er een brief en zitten we erbovenop. Niet te lang laten lopen, voor je het weet ben je drie weken verder en dat levert achterstand op.’ Natuurlijk komt het ook voor dat een jongere door depressie of trauma minder belastbaar is. ‘De jeugdarts heeft hierin een belangrijke rol. Die kan de jongere doorverwijzen naar de psychosociale hulpverlening.’ De intensieve aanpak werkt, de jongeren gaan regelmatiger naar school. ‘En als het echt niet lukt en een leerling is 18 jaar of ouder, dan adviseren we inburgering. Twee dagdelen in de week is voor sommigen beter vol te houden.’

Zorg

De jeugdarts neemt deel aan het overleg op de ISK en bespreekt samen met de zorgcoördinator, de medewerkers van Jeugdzorg en de leraren wat er moet gebeuren om verzuim bij een jongere te stoppen. ‘De belangrijkste factoren zijn toch de trauma’s van de reis en het alleen-zijn, zonder familie’, zegt Saskia Vader, Jeugdarts bij GGD in Zuid Limburg. ‘Daarnaast speelt de afkomst een grote rol. Eritrese kinderen bijvoorbeeld komen uit zo’n totaal andere cultuur, dat het niet verwonderlijk is dat ze niet snappen wat wij van ze willen. Nederlands leren, maar school gaan, het zijn hoge verwachtingen waar ze niet aan voldoen. Ze haken af en gaan soms ook drugs en drank gebruiken.’ Daarnaast kunnen zich ook ‘kindeigen’ problemen voordoen. ‘Of een kind niet leerbaar is door het trauma en daarnaast door andere factoren, zoals dyslexie of autisme, is moeilijk te diagnosticeren vanwege taal- en cultuurbarrières. Onze expertise schiet hierin vaak tekort. Jongeren met forse problematiek doorverwijzen naar de psychische hulpverlening, de GGZ,  is zeker ook nodig, de signalen vanuit het zorgteam van school zijn hierbij belangrijk.’ Ook Vader denkt dat ‘praktischer’ onderwijs kan helpen, evenals het dichter bij elkaar organiseren van zorg en onderwijs. ‘Voor leerplicht is dit een ongrijpbare groep. Ze kunnen alleen handhaven met een taakstraffen en boetes. Maar daar heb je in dit geval niets aan.’

Hoog uitstromen

Volgens Hariëtte Boerboom van de organisatie voor ondersteuning onderwijs nieuwkomers LOWAN is het belangrijk dat een jongere op een zo hoog mogelijk niveau uitstroomt en is het goed dat leerplicht op dag één ingaat. ‘Het is jammer als een jongere in een inburgeringstraject komt. Dat betekent vaak het einde van de schoolloopbaan.’ Er zou een betere aansluiting moeten zijn tussen de ISK en de vervolgopleiding, vindt Boerboom. ‘Er zou een doorgaande leerlijn taal moeten zijn. Leerlingen die na de ISK doorstromen naar het regulier onderwijs, moeten extra taalonderwijs krijgen en extra leerlingbegeleiding . Natuurlijk geeft het stress dat ze bezig zijn met  gezinshereniging. Maar we moeten er vanuit blijven gaan dat schoolgang belangrijk is en ze daaraan houden, als we dat niet doen zakken ze weg. Veel statushouders krijgen nu een uitkering. Dat kunnen we alleen tegengaan door in te zetten op een zo hoog mogelijk onderwijsniveau.  Ook voor de familie die overkomt, is dat belangrijk.’

Gepubliceerd in Ingrado Magazine, april 2018