Niet één gemengde tafel in de kantine

Het beperken van de vrije schoolkeuze helpt om etnische segregatie in het onderwijs tegen te gaan, vinden vier Amersfoortse ex-vwo-scholieren die voor hun profielwerkstuk onderzoek deden naar dit onderwerp.

“Vanuit een stilstaande bus zag ik bij de Burger King op het Eemlandplein twee groepen jongeren. Ze zagen er eigenlijk hetzelfde uit, even oud, dezelfde soort kleren, maar de ene groep was wit en de andere groep waren niet-westerse migranten. Ik verbaasde me erover dat ze zo duidelijk twee
aparte groepen vormden”, vertelt Paula van Triest, voormalig leerling 6 vwo aan Het Nieuwe Eemland College in Amersfoort. “Ik had het erover met klasgenoten. We vonden het heel intrigerend, en omdat het profielwerkstuk
eraan zat te komen, besloten we nader te onderzoeken hoe het zit met segregatie onder jongeren in Amersfoort. We hebben het toegespitst op onderwijs. Waarom mengen jongeren van verschillende afkomst niet?”

VRIJE SCHOOLKEUZE
De Amersfoortse vwo-leerlingen zijn niet de eersten die het opvalt dat jongeren met verschillende etnische achtergronden niet met elkaar omgaan. In ‘De Staat van het Onderwijs 2016-2017’ maakte de Inspectie van het
Onderwijs zich ernstige zorgen over de toenemende segregatie in het onderwijs en de daarmee samenhangende kansenongelijkheid. De vrije schoolkeuze leidt ertoe dat hoogopgeleide en welvarende ouders kiezen voor scholen met specifieke onderwijsconcepten, zoals de Vrije School, schreef de
inspectie. Ook de keuze voor kleine, religieuze scholen versterkt de segregatie. In wijken met een laagopgeleide, uit niet-westerse landen gemigreerde bevolking gaan de kinderen juist naar de school in de buurt. Bij de overstap naar het voortgezet onderwijs blijft de scheiding bestaan.
Leerlingen met laagopgeleide ouders krijgen basisschooladviezen voor een lager opleidingsniveau, hun adviezen worden minder vaak naar boven bijgesteld, ze komen het voortgezet onderwijs op een lager niveau binnen en ze stappen vaker over naar een (nog) lager opleidingsniveau dan even goed presterende medeleerlingen met hoogopgeleide ouders.

In ‘De Staat van het Onderwijs 2019’ is de inspectie iets optimistischer. De kansenongelijkheid is weliswaar nog steeds groot, maar lijkt te stabiliseren. ‘De vele activiteiten en initiatieven van leraren, schoolleiders en bestuurders en regio’s om meer gelijke kansen te bieden, lijken de negatieve trend te doen stoppen’, zegt de inspectie. Ook lijken conceptscholen en profielscholen niet per definitie segregatie te vergroten. Tweetalig onderwijs en technasia hebben weliswaar een versterkend effect, maar profielen zoals Wetenschapsoriëntatie Nederland (WON), Havisten competent en Topsport Talentscholen, verminderen de segregatie juist.

GEEN REËEL BEELD
Paula van Triest schreef het profielwerkstuk ‘Soort zoekt soort in Amersfoort. Een onderzoek naar segregatie in het onderwijs’ vorig schooljaar samen met medeleerlingen Annick Teeuwen, Sam Volman en Joost de Jong. Het gaat in op de achtergronden van segregatie in Amersfoort, de gevolgen ervan voor jongeren en de rol van de overheid
en de gemeente. Aan de hand van literatuuronderzoek en interviews brengen de vier de oorzaken en problematische consequenties in kaart. Ze praatten met docenten, een zorgcoördinator en schoolleiders in het voortgezet onderwijs, mbo en hbo en met onderwijsinspecteurs,
gemeenteambtenaren en leerlingen van het ROC Midden-Nederland.

“Het vwo waar wij op zaten, is heel erg wit”, zegt Paula. “Dat betekent dat wij alleen witte kinderen tegenkwamen. Dan heb je geen reëel beeld van kinderen met andere achtergronden. We vonden het best spannend om met de leerlingen van het mbo te gaan praten. Zij hebben zo’n ander levensverhaal, zo’n andere opleiding, zo’n andere focus.” Op het mbo studeren jongeren van zowel ‘witte’ als ‘etnische’ komaf. Toch mengen ook hier de groepen niet, merkten Paula en haar groepsgenoten: “Wij zagen
in de kantine niet één gemengde tafel.” In gesprek met de vwo’ers gaven de mbo-studenten aan dat ze met iedereen kunnen omgaan, zolang er maar respect is over en weer. Toch gaan ze liever met gelijkgestemden om. “Het is makkelijker om met iemand om te gaan met hetzelfde geloof, omdat je elkaar toch beter begrijpt”, zei een mbo-student.

DISCRIMINATIE
Paula: “Er was één witte jongen uit een Nederlands gezin die vrienden had onder Turkse en Marokkaanse studenten. Deze jongen had op een gemengde basisschool gezeten. Waar je als kind mee in aanraking komt, is zo bepalend
voor hoe je later in je leven naar mensen kijkt. Daarom is het enorm belangrijk dat er een eind komt aan segregatie.” De studenten met een migratieachtergrond uit het onderzoek van de vier scholieren hebben allemaal ervaring met discriminatie. Er wordt naar ze gekeken, zeker als ze met elkaar op straat zijn. “Er wordt een beeld van je geschetst, terwijl ze niet weten hoe het echt is”, zegt een mbo’er. Dat de studenten zo aan ‘respect’ hechten, begrijpt Paula wel. “Ze worden vaak respectloos behandeld. Wij hebben het geluk dat we altijd respectvol behandeld worden. Ik ben me er meer bewust van geworden wat het betekent dat ik op het vwo heb gezeten.” Paula, Joost en Sam werden tijdens de interviews door hun leeftijdsgenoten zelfs met ‘u’ aangesproken. “Dat was bizar! We vinden zelf helemaal niet dat we een ‘hogere positie’ hebben of zo omdat we op het vwo zaten. Toch is dat het beeld.”

VRIJHEID VAN ONDERWIJS
In ‘Soort zoekt soort’ nemen de auteurs de voornaamste oorzaken van segregatie in het onderwijs en kansenongelijkheid onder de loep: de min of meer natuurlijke neiging om je aan te sluiten bij mensen van je eigen
‘soort’, de gesegregeerde wijken, de vrije schoolkeuze. Het Nederlandse onderwijssysteem vergroot de kansenongelijkheid, schrijven ze. “Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker een taalachterstand en worden in het Nederlandse systeem afgestraft, terwijl ze
mogelijk andere capaciteiten hebben. Het gevolg is dat leerlingen niet de mogelijkheid krijgen op hun niveau te presteren, waardoor het aandeel scholieren met een nietwesterse migratieachtergrond op ‘lagere’ niveaus groot blijft.”

Zowel de landelijke als de lokale overheid als de schoolbesturen laten forse steken vallen, vindt het viertal: de overheid verschuilt zich achter de vrijheid van onderwijs. Zo zei minister-president en VVD’er Mark Rutte ooit: “We kunnen niks aan de onderwijssegregatie doen, omdat we in Nederland immers vrijheid van onderwijs hebben.” Dit terwijl beperking van de vrije schoolkeuze volgens de vier ex-scholieren nou juist een stap in de goede richting zou zijn.

VOOROORDELEN
De gemeente Amersfoort, waar de vier naar school gingen, neemt wel maatregelen om diversiteit te bevorderen. Erg effectief zijn die tot nu toe echter niet. Schoolbesturen hebben vooral het belang van de eigen scholen in het vizier, zeggen de auteurs van het profielwerkstuk. Om effectief
beleid te maken tegen de segregatie in het onderwijs, moeten schoolbesturen meer gebonden worden aan gemeentelijk beleid. Maar autonomie van schoolbesturen en marktwerking in het onderwijs staan deze route in de weg.

Leraren zouden het veel meer als een probleem moeten ervaren dat ze vooroordelen hebben, vindt Paula. Dat is te bereiken door hier aandacht aan te schenken in de lerarenopleiding. “Als een Nederlands kind iets niet
begrijpt, denkt een leerkracht dat zij het niet goed heeft uitgelegd. Maar als een kind met een migratieachtergrond het niet snapt, denkt ze dat het kind niet zo slim is. Dat gaat onbewust, maar ze geeft dat kind wel een lager schooladvies. Als je je meer bewust bent van het mechanisme, kun je je vooroordelen herkennen en zorgen dat je er niet naar handelt.”

Van Triest, P.A., A.C.G. Teeuwen, S.G.I. Volman en J. de Jong (2019). ‘Soort zoekt soort’ in Amersfoort. Een onderzoek naar segregatie in het onderwijs.
Profielwerkstuk VWO6 aan Het Nieuwe Eemland College te Amersfoort

Het artikel ‘Niet één gemengde tafel in de kantine’ is gepubliceerd in het VO-Magazine december 2019