Regionaal samenwerken aan innovatieve kracht

In de regio’s ligt een groot potentieel aan innovatieve kracht. In kleine bedrijven worden nieuwe technologische toepassingen ontwikkeld. Deze kracht moeten we mobiliseren en exploiteren, vindt Doekle Terpstra. Een gesprek met de aanjager van Techniekpact 2020.

“Regionalisering beheerst alle agenda’s, het is een fenomeen dat zich overal aan het voltrekken is. Zowel de overheid als werkgevers en werknemers bevinden zich in een regionale context. Daar moet het gebeuren. Bij het midden- en kleinbedrijf is de potentie tot innovatie groot, en door het faciliteren van regionale samenwerking breng je het MKB in positie”, zegt Doekle Terpstra. Sinds 2014 heeft hij als ‘aanjager’ van het Nationaal Techniekpact 2020 de taak om partijen bij elkaar te brengen en te ondersteunen bij de uitvoering van het Techniekpact. Hij wordt daarbij ondersteund door het ministerie van Economische Zaken en het Platform Bèta Techniek. De regionale aanpak is een belangrijk element, de arbeidsmarkt is immers vaak een regionale aangelegenheid. Voor een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt is de betrokkenheid van zowel scholen als het bedrijfsleven nodig.

Waarom speciaal het MKB? Grote bedrijven hebben toch ook mensen nodig?

“Natuurlijk zijn multinationals en grote bedrijven van eminente betekenis voor de Nederlandse economie en de werkgelegenheid. Maar de spelers op lokaal niveau hebben een andere innovatieve kracht. In de regio’s bevinden zich verborgen schatten en die moeten we meer laten zien. Denk aan de startups die zich vooral richten op toepassingen van de digitale media en social media, bijvoorbeeld Whatsapp. Het zijn vaak studenten uit het beroepsonderwijs die nieuwe toepassingen bedenken. Die innovatie is in de regio verankerd. Dat moet je benutten, dat draagt bij aan onze welvaart.”

Is regionale samenwerking vooral een economisch verhaal?

“Zeker niet. Versterking van de regionale kracht gaat samen met een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling. De drie grote decentralisaties – Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Zorg en Participatiewet – stimuleren de lokale bestuurders om hun ‘mindset’ te veranderen. Het gaat erom dat je aansluit bij wat er gebeurt. Niet van bovenaf opleggen, geen tekentafelbeleid, geen Haags verhaal. Dat is een andere vorm van regievoering. Het gaat erom dat we de lokale potentie ontdekken.”

Hoe profiteert het onderwijs van de regionale samenwerking?

“Doordat er betere oriëntatie op de arbeidsmarkt komt. Bijvoorbeeld: in Groningen zien we het thema ‘healthy aging’ opkomen. Dat is nieuw. Studenten moeten worden voorbereid op banen waarbij we ons nu nog niet veel kunnen voorstellen. Dat betekent dat je niet reactief naar de bestaande werkgelegenheid moet kijken, maar proactief naar de werkgelegenheid van de toekomst. Bij het ontwikkelen van het curriculum is het belangrijk om samen met het bedrijfsleven na te gaan wat de toekomstige arbeidsmarkt nodig heeft. Een tweede opbrengst is de betere beschikbaarheid van stageplekken. Een duurzame verbinding met het bedrijfsleven is daarvoor belangrijk. Programma’s als Toptechniek in bedrijf, Centres of expertise en Centra voor innovatief vakmanschap helpen daarbij.”

Wat is de meerwaarde voor het bedrijfsleven?

“De werkgever heeft behoefte aan mensen met de competenties om te werken in een snel veranderende omgeving. Het MKB heeft ook belang bij stagiaires, dat zijn de werknemers van de toekomst. Maar deze bedrijven zien vaak op tegen de ‘lasten’ ervan. Een student moet worden ingewerkt en heeft begeleiding nodig en intussen moeten wel de fietsen gerepareerd worden. De subsidieregeling Praktijkleren, één van de afspraken die is opgenomen in het Techniekpact, kan bedrijven hierbij ondersteunen. Daarnaast voeren scholen voor het bedrijfsleven steeds meer praktijkgericht onderzoek uit. Via lectoraten, en nu ook via de centra, vindt er vakinhoudelijk onderzoek plaats. De uitkomsten daarvan kan het MKB direct toepassen.’

Wat is het belang voor de overheden?

“Een provinciale en een lokale overheid wil graag mee in de vaart der volkeren. Goede werkgelegenheid, goede infrastructuur, bedrijvigheid. Regionale samenwerking is wat dat betreft een tweesnijdend zwaard: de versterking van de lokale sociale maatschappelijke infrastructuur en de versterking van de economie.”

Hoe kunnen we de aanpak verduurzamen?

“Er is een dialoog gaande tussen bestuurders, politici en werkgevers. Techniekpact 2020 is geen doel op zich, maar een instrument om regionale samenwerking te versterken. Het belang overstijgt de 22 doelstellingen die we hebben vastgesteld. Het gaat niet meer om het behoud van bestaande banen, het gaat om het creëren van nieuwe. De techniek is daarbij de ruggengraat. Denk aan vraagstukken op het gebied van duurzaamheid, voedsel, zorg. Daarvoor is innovatie nodig in de breedste zin van het woord. Technologie moet massief op de agenda van de toekomst staan. De kracht van het Techniekpact is ‘doen’, geen bestuurlijk circus, maar juist regionaal een infrastructuur opzetten waar mensen elkaar kunnen vinden en gaan samenwerken. Samenwerken is het nieuwe concurreren. Ik pleit voor een Techniekpact 2.0.”