Schoolbesturen aan zet in de regio

Kinderen aanspreken op hun creatieve talenten en hun ontwikkeling verbinden met de regionale arbeidsmarkt. Dat is de ambitie van de regionale netwerken Wetenschap, Technologie en Excellentie Primair Onderwijs. Bij de interessante ontwikkelingen in Brabant en Limburg zijn de schoolbesturen aan zet, vertellen Ben Sanders, Harry Cornelissen en Tessa Timmermans.

“Wij willen dat kinderen zich breed ontwikkelen, op allerlei gebieden”, zegt Ben Sanders, algemeen directeur van de Stichting Nutsscholen Breda. “Vroeger kwam een kind vanzelfsprekend in contact met techniek. In de dorpsstraat waren bedrijfjes gevestigd en iedereen kon zien wat daar gebeurde. Nu zijn technische bedrijven alleen te vinden op industrieterreinen. Kinderen die geboeid zijn door techniek, zien die interesse in hun eigen omgeving niet terug. De verbinding tot stand brengen tussen onderwijs en de wereld van de techniek, van onderzoek en ontwerp, dat is een belangrijke opdracht van de Stichting voor Wetenschap, Technologie en Excellentie.”

Verbonden

De Stichting Wetenschap, Technologie en Excellentie (WTE), een regionaal scholennetwerk in Brabant-Limburg, is in deze regio de uitvoerder van het programma ‘Kiezen voor Technologie’. Dit programma is gebaseerd op de afspraken binnen het Techniekpact 2020 en wordt namens OCW uitgevoerd door Platform Bèta Techniek. “We voeren een interactieve regie”, zegt Tessa Timmermans, projectleider van het Platform Bèta Techniek. “Anders dan bij voorgaande trajecten maken we nu samen plannen. De schoolbesturen zijn aan zet, zij formuleren eigen ambities, gebaseerd op de schoolbehoeftes en de behoeftes van de eigen regio. Wat wij doen is faciliteren, kennis delen tussen de regio’s en resultaten en knelpunten terugkoppelen naar het Ministerie van OCW.” Het Techniekpact en de onderwijsorganisaties leggen een duidelijke focus op 2020. “Hiervoor zag je een lappendeken aan programma’s”, zegt Harry Cornelissen, regionaal coördinator in regio Brabant-Limburg vanuit Platform Bèta Techniek en secretaris van WTE. “In dit traject zijn die programma’s met elkaar verbonden.”

Zichtbaar

Binnen Brabant-Limburg zijn acht subregio’s ingericht. Per subregio heeft een schoolbestuurder zitting in de Stichting WTE. “In de subregio’s worden eigen accenten gelegd. In Eindhoven werken we bijvoorbeeld samen met Brainport, in Limburg met Keyport en Limburg Economic Development”, zegt Harry Cornelissen. Platform Bèta Techniek is nodig om de goede voorbeelden zichtbaar te maken. Sanders: “Ondernemers die invloed hebben, kunnen een flinke beweging op gang brengen met scholen. Maar dat blijft meestal binnen het eigen netwerk. Schoolbesturen uit andere regio’s zien dat niet. In Eindhoven is bijvoorbeeld een ‘ontdekfabriek’. Daar kunnen scholen en ouders met kinderen onderzoeken en ontwerpen. Zo’n ontdekfabriek zou overal moeten staan.” Cornelissen vult aan: “Onderzoekend en ontwerpend leren is echt een fenomeen in het primair onderwijs. In Limburg kennen we techlabs. Kinderen van het primair en het voortgezet onderwijs kunnen hier experimenteren en producten maken.” Sanders: “We zien wel dat er in subregio’s met veel maakindustrie meer samenwerking ontstaat tussen onderwijs en bedrijfsleven dan op plekken waar de maakindustrie minder voorkomt.”

Richting

In het programma ‘Kiezen voor Technologie’ hebben de schoolbesturen een nadrukkelijke rol. Stichting WTE is geen nieuw netwerk, maar sluit aan bij de bestaande bestuurlijke netwerken en zet hier het onderwerp Wetenschap en Technologie op de agenda. Sanders: “ De bestuurlijke samenwerking op dit terrein zorgt ervoor dat we meer richting geven op onze scholen. Tegelijk kunnen we onze partners, zoals de provincie, de gemeente en het Platform, beter informeren over de behoefte van de scholen en de knelpunten die zich voordoen.” Bij de scholen ligt de nadruk op het ontwikkelen van talent. Sanders: “Als je zegt: deze leerlingen zijn onderzoekend en talentvol, dat komt nu niet voldoende uit de verf, dan zijn leraren geïnteresseerd.”

Continuïteit

De samenwerking met het bedrijfsleven kan versterkt worden, vindt Sanders. “Het bedrijfsleven in deze regio moet nog wennen aan het idee dat ze zelf positieve invloed kunnen uitoefenen op de instroom van goed opgeleide technici. Investeren in het primair onderwijs is helemaal lastig. Dat rendement zie je pas jaren later terug.” Dat betekent dat als de ondersteuning via het Platform stopt, de samenwerking tussen scholen en bedrijfsleven moeizamer tot stand zal komen. “Waar een krachtige samenwerking bestaat, zal het blijven, maar startende scholen en een aarzelend bedrijfsleven zullen elkaar niet gaan vinden”, zegt Sanders. “Er is ondersteuning van het netwerk nodig. Er moeten mensen zijn die het in stand houden, de website onderhouden, activiteiten