Visies met lef

Hoe ziet het primair onderwijs eruit in 2030? Dat vroeg de AVS in een ledenpeiling rond een van de lerarenstakingen. Want naast betere salarissen en minder werkdruk – die beslist ook nodig zijn! – is het voor leidinggevenden in het onderwijs belangrijk om een visie neer te zetten. Een visie met lef.

Aan visie geen gebrek onder leidinggevenden in het onderwijs. De AVS ontving maar liefst 72 visies op de toekomst van het onderwijs. Daarin zijn een paar duidelijke trends te ontwaren. Zo voorziet een groot deel van de schoolleiders dat het eigenaarschap van het leerproces in de toekomst bij de leerlingen zelf ligt. Het leerstofjaarklassensysteem zal verdwijnen en daarvoor in de plaats komt gepersonaliseerd leren. Natuurlijk wordt daar moderne technologie voor ingezet. Opvallend is dat naast ict-vaardigheden – die in 2030 vanzelfsprekend in het curriculum zijn opgenomen – er in de toekomst veel aandacht zal gaan naar zaken als talentontwikkeling en persoons- en burgerschapsvorming. Doorlopende leerlijnen zijn in 2030 vanzelfsprekend. Verder zien veel leidinggevenden de vorming van een integraal kindcentrum als dé manier om een breed aanbod aan onderwijs- en andere activiteiten te kunnen realiseren, zijn ouders in de toekomst nog meer betrokken bij het onderwijs, zijn de schooltijden verruimd en kunnen vakanties flexibel worden ingepland. En natuurlijk is de school in 2030 inclusief.

Inclusiviteit centraal

“Inclusiviteit zou centraal moeten staan. Wat heeft dit kind nodig en wat moet ik daar als leerkracht, intern begeleider of directeur voor doen? We moeten werken aan een inclusieve mindset en denken in mogelijkheden”, schrijft Johan Vroegindeweij, directeur van samenwerkingsverband Unita in de regio Gooi en Vechtstreek in zijn visie. “Een inclusieve maatschappij begint bij een inclusieve school”, zegt hij. “We doen nu soms of kinderen een soort treintje vormen en als we de laatste wagon te traag vinden, koppelen we die af. Ik wil dat we die laatste wagon erbij houden in ons denken en handelen. Want als de traagste is afgekoppeld, is een andere wagon de traagste.” De kinderen in de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Naarden en Wijdemeren gaan dan ook als het even kan naar het reguliere basisonderwijs.

Met een ‘inclusieve mindset’ en ‘denken in mogelijk­heden’ bedoelt Vroegindeweij dat er een bredere kijk op onderwijs en zorg nodig is. “We moeten over onze grenzen heen kijken en ons afvragen wat we wél kunnen. Wij hebben met gemeenten, zorgsectoren en schoolbesturen recent een inspiratiebijeenkomst gehouden om gezamenlijk te benoemen aan welke items we willen werken. We willen van elkaar weten wat we doen, zodat we snel kunnen schakelen. Neem een leerling die dat in groep 4 nog niet zindelijk is. Wat is hier aan de hand? Misschien is er specialistische hulp nodig om ouders te helpen dit kind zindelijk te maken, misschien is er een medisch probleem of een ontwikkelingsstoornis. Maar we willen dit kind ook op de reguliere school hebben en dat kan door zorgtaken te verdelen. Die mindset bedoel ik. Denk in mogelijkheden en spreid de taken over leerkracht, ouders en zorgprofessional.”

Leren leren

Bea Vos, schoolleider van basisschool De Nieuwe Link, onderdeel van Filios scholengroep in Oss, vindt dat het onderwijs van de toekomst vooral gericht moet zijn op het proces van het leren. Zij schrijft: “Door inspanning kun je jezelf verbeteren. We moeten onze leerlingen een kritische, vragende houding bijbrengen.” Op basisschool De Nieuwe Link stelt de leerkracht van de bovenbouw aan het begin van ieder schooljaar samen met het kind en de ouders het leerdoel en het persoonlijke doel vast. De school zorgt voor goed onderwijs dat aansluit op het vervolgonderwijs en dat leerlingen uitdaagt hun talenten te ontwikkelen. “We willen dat de leerlingen leren metadenken. Ze moeten in de onderbouw de toolsleren waarmee ze in de bovenbouw opdrachten kunnen aanpakken”, zegt Vos. “Denk bijvoorbeeld aan het maken van een mindmap.” Methodes worden steeds minder belangrijk in het leerproces. “De leerstoflijnen zijn belangrijk, niet de methode”, zegt ze. “Leerkrachten hebben kennis van de leerstoflijnen en van de manier waarop kinderen leren. Leerkrachten gaan zichzelf meer zien als coach. Ze stimuleren leerlingen in hun denken door de juiste vragen te stellen. De zone van naaste ontwikkeling is daarbij een waardevol concept. In het kleuteronderwijs is dat al heel lang gangbaar, in de andere bouwen behoeft dit doorontwikkeling. Ook concepten als een betekenisvolle context en een rijke leeromgeving kunnen verder doorontwikkeld worden.” Om te kunnen leren is het belangrijk dat fouten maken mag, zelfs moet. “Een dag geen fouten gemaakt, is een dag niet geleerd”, zegt Vos. “Alle kinderen hebben uitdaging nodig om te leren leren. Ze moeten zich kunnen vastbijten in een probleem en ervaren dat ze iets nog niet kunnen.”

Breed aanbod in IKC

De omgeving van de school – de wijk, ouders, sport-, muziek- en andere verenigingen – speelt een belangrijke rol in de toekomstvisie van Bart Caris, directeur van IKC Leuken. In dit vorig jaar geopende integrale kindcentrum zijn naast een basisschool een dagopvang voor kinderen tot 4 jaar en buitenschoolse opvang gehuisvest. Caris schrijft in zijn visie: “In 2030 werken professionals, ouders en kinderen samen. Dit kan niet anders dan in de vorm van een integraal kindcentrum, waar kinderen een breed aanbod van onderwijs en andere activiteiten krijgen, gedurende een langere dag. Kinderen ontwikkelen zich niet alleen op school, maar ook op sportvelden, in een kunstcentrum of bij andere IKC’s.” Samenwerking met de organisaties in de wijk is vanzelfsprekend en ouders spelen ook nu al een grote rol. Caris: “Bij ons geven ouders soms gastlessen, bijvoorbeeld over gezond gedrag. Ook is er een ouderklankbordgroep, waarin we sparren we over ideeën om het onderwijs en de opvang te verbeteren.” Als schoolleider geeft Caris leiding aan zowel de leerkrachten als de pedagogisch medewerkers van de buitenschoolse opvang. “Samen met de assistent-leidinggevende van de opvang heb ik de leergang Directeur IKC* gevolgd bij het AVS Centrum Educatief Leiderschap”, vertelt hij. “Ik deel ook mijn kantoor met deze assistent-leidinggevende. In het begin was het wennen, maar langzamerhand groeien we naar elkaar toe. Doordat we over en weer bij elkaars teams over ons werk hebben gepraat, is er wederzijds respect en waardering ontstaan.” Dat de arbeidsvoorwaarden verschillen is een knelpunt dat, als het aan Caris ligt, zo snel mogelijk wordt opgelost. “Als we een open dag organiseren, staat dat gewoon in het taakbeleid van de leerkrachten, maar voor de pedagogisch medewerkers komt het erbij. We hebben nu met de opvangorganisatie afgesproken dat de bso-medewerkers voor dit soort activiteiten dezelfde betaling krijgen als het onderwijspersoneel. Daar mag geen verschil in zijn.”

Sociale cohesie

“In 2030 is mijn pasgeboren kleinkind 12 jaar en al bijna weer van de basisschool af”, beseft José Ouwerkerk, schoolleider van obs ‘t Kraaienest in Beverwijk, als ze nadenkt over haar visie op onderwijs. “Mijn kleinkind zal ongetwijfeld leven in een tijd die draait om digitalisering en leerlingen zullen allemaal gepersonaliseerd leren met ict. Dat schept ruimte voor andere dingen, dingen die er werkelijk toe doen. Want we willen gelukkige mensen. En dat heeft te maken met sociale cohesie, samen musiceren, dansen en elkaar ontmoeten.” Op de school van de toekomst staan creatieve vakken dan ook hoog op de agenda. “In atelierplekken leven de leerlingen zich uit in schilderen, tekenen, muziek maken, drama, dans en sport. Of ze gaan naar buiten, helpen op de kinderboerderij of in de moestuin”, voorziet Ouwerkerk. “Het gaat om aansluiten bij wat de leerling leuk vindt, waar het talent zit. Het zijn bezigheden waarvan het kind in een flow raakt. Kinderen leren dan te voelen en genieten. Ze leren te reizen naar hun innerlijke wereld.”

’t Kraaienest in Beverwijk is een school met een heterogene populatie. “Onze leerlingen zijn van allerlei pluimage. We moeten tegemoet komen aan die diversiteit”, zegt Ouwerkerk. “Burgerschapsvorming is daarom erg belangrijk. ’t Kraaienest is een Vreedzame School, we besteden veel aandacht aan sociale competentie en democratisch burgerschap. Debatteren, tolereren en omgaan met verschillen zijn waardevolle aspecten daarvan en dat moeten we uitleggen en voorleven. Daarnaast is het belangrijk dat een kind weet wíe het is. We hebben een onderwijsassistent die yogales geeft. Ze ondersteunt nu de leerlingen die dat nodig hebben, maar als het aan mij lag, zou ze alle leerlingen yoga geven. Er moet meer ruimte zijn, meer lucht in het onderwijs.”

* Het AVS Centrum Educatief Leiderschap verzorgt de leergang Directeur Integraal KindCentrum, zie www.avs.nl/cel/directeurikc

gepubliceerd in Kader Primair, mei 2018